Textiele kunst
Graad 4 volwassenen
8u/week (5 leerjaren) of 4u/week (10 leerjaren)
Over dit atelier
Naaien, borduren, breien, weven, knopen, vlechten, binden, twijnen, drukken, rafelen, vilten, spinnen… textiel gezien als techniek. Stof, weefsel, doek, draad, vezel.. textiel gezien als materie. Laken, sjaal, tent, handdoek, tapijt, kussen,… textiel gezien als gebruiksobject.
Er was eens…
Textiel en het verkennen en begrijpen ervan begint voor mij bij haar veelzijdigheid en geschiedenis. Wist je dat breien op 3 plaatsen in de wereld tegelijkertijd is uitgevonden? Je zou zo’n brei techniek bijna een universeel oerinstinct kunnen noemen. Die oude textielambachten komen voort uit een bepaalde noodzaak om ons te bedekken, kleren te maken, onszelf te verzorgen en te schuilen. (bv Het weven van een keukenhanddoek, het vilten van tenten, het breien van ondergoed) Tot op de dag van vandaag is textiel nog steeds veelzijdig aanwezig in praktische gebruiksobjecten die zijn voortgekomen uit deze oeroude ambachten. Door deze ambachten zoals bijvoorbeeld borduren, ontstond ook later de sierkunst waarin de technieken zich verder ontwikkelden. In de 20ste eeuw evolueerde textiel stillaan naar toegepaste kunsten (Bv Annie Albers). De samenleving evolueerde naar industriële productie. Textieldesign en mode ontwerp ontwikkelde zich steeds uitgebreider in verschillende richtingen; ook ontwikkelde zich een tak waarin textiel als autonoom medium voor beeldende kunsten werd gebruikt. In ons atelier textiele kunsten kijken we samen naar de vraag “Wat betekent textiel als medium binnen de wereld van de beeldende kunsten?” Spanningsveld tussen ambacht, toegepast textiel en autonome kunst Autonome textiele kunst vertrekt vanuit zelfexpressie komende uit de kunstenaar zelf , terwijl textieldesign en ambacht meestal beginnen bij een praktische vraag of probleemstelling die de maker zal oplossen (binnen de context van zijn maatschappelijke omgeving) met een product. Toch lopen deze werelden in textiel vaak in elkaar over. Nog een belangrijk verschil is dat een toegepast product (sierkunst, design of mode) meestal bedoeld is om te reproduceren zonder waardeverlies, terwijl bij autonome kunst net de uniciteit centraal staat en reproducties minder waarde hebben. Dit verschil ontstond mee door de industriële revolutie, die massaproductie mogelijk maakte. Omdat textiel zowel uit een praktische als artistieke context komt, gebruiken textielkunstenaars vaak dezelfde machines en tools als ambachtslieden en designers. (naaimachines, weefgetouwen…) Toch blijft het unieke karakter van het kunstwerk een belangrijke waarde. Door technische evolutie kent textiel een onuitputtelijke variatie aan technieken, van traditionele handwerktechnieken zoals spinnen en weven tot industriële machines en bioplastiek. Door die relatie tussen textiel ,techniek en functionaliteit bevindt het vak zich in een spanningsveld tussen ambacht, design en kunst. In dit atelier maak je op een laagdrempelige manier kennis met verschillende ambachten en kies je of je hierin zelfstandig verder wil exploreren met begeleiding van de docent. De focus in de eerste jaren ligt op het ontdekken en voeling krijgen met wat textiel is , daarna wordt de focus stilaan verlegd naar begeleid, zelfstandig onderzoek en het ontwikkelen van je eigen proces in functie van jouw beeldonderzoek. In het atelier worden verschillende technieken geïntroduceerd, hoe dan ook ligt de focus hier niet op een opleiding tot ambachtsman of productmaker, nog het maken van je eigen kleren of gebruiksobjecten. Bij Slac willen we aanmoedigen om je eigen beeldtaal en expressie binnen het medium textiel verder te ontdekken en op een persoonlijk vlak te ontwikkelen. Technieken fungeren als tools om ideeën en verhalen vorm te geven en intuïtief te leren werken. Het maken staat centraal, waarbij het proces even belangrijk is als het eindresultaat. Je leert je lichaam als tool gebruiken en bouwt via je handelingen kennis en ervaringen op over wat er allemaal mogelijk is. Als leerkracht hecht ik een groot belang aan leren onderzoeken zonder te moeten vinden, leren mislukken en leren putten uit toevalligheid en experiment. Stel dat je draad opeens strop trekt tijdens het naaien op de naaimachine, zo krijgt jouw beeld een onverwachte wending. Hoewel dit wijst op een draadspanninginstelling of defect van de naaimachine, kan dit gezien worden als een opportuniteit om het samentrekken van stoffen en spelen met de spanningsinstellingen verder te onderzoeken. Het spanningsveld tussen de identiteiten van ambacht, design, mode en autonome kunst is iets waar we in de lessen steeds over blijven reflecteren. De opleiding biedt geen vastomlijnd antwoord op wat textiele kunst is, maar reikt voorbeelden aan die je helpen een eigen referentiekader te ontwikkelen waarop je kan verder bouwen. Mogelijkheden tot inter- en multidisciplinariteit worden actief aangemoedigd (bv: het combineren van druktechnieken of het verwerken van textiel in sculptuur.) Denk aan kunstenaars zoals Louise Bourgeois of Rinus Van de Velde, die ook met textiel werken maar vertrekken vanuit een totaal andere praktijk. Net als kunstenaars zoals El Anatsui( foto links) of Michel François , (foto rechts) wiens werk gebaseerd is op andere materialen en technieken dan traditionele textieltechnieken, maar toch een sterke affiniteit heeft met textiel door de tactiliteit die het uitstraalt Binnen textiel leer je materialen begrijpen door ermee te werken. Je onderzoekt de verhouding tussen techniek en materiaal op een persoonlijke manier, los van traditionele verwachtingen. (bv: Zo kan breien evengoed met wol als met elektriciteitsdraad.) Onconventioneel materiaalgebruik en experiment staan centraal, net als het onderzoeken van de relatie tussen materiaal en techniek. Daarbij denk je niet alleen na over eigenschappen en mogelijkheden, maar ook over herkomst en duurzaamheid. Textiel is één van de meest vervuilende industrieën in de wereld, wat vraagt om bewustzijn in hoe en wat je gebruikt. Gebruik staat tegenover Verbruik. Hergebruik, recyclage en deconstructie maken daarom een essentieel deel uit van het materiaalonderzoek en bieden tegelijk nieuwe creatieve mogelijkheden. Binnen het atelier ga je voortdurend op zoek naar nieuwe texturen, structuren, verbindingen, composities en spelen met kleur. Je verkent de grenzen van textiel door technieken, ambachten en beeldstrategieën te combineren en open te trekken van het traditionele.
Voeling met textiel
Welke sfeer roept een materiaal bij jou op, en welke context creëer je ermee? Tijdens het werken en experimenteren doen we kennis en ervaring op. We weten soms meer dan we onder woorden kunnen brengen. Dat deeltje spreekt in je buikgevoel, een bepaald gevoel voor vorm, kleur, compositie en zo voort. Deze inzichten laten zich zien tijdens het maken van een werk. Ze zijn in al hun stilte soms veel sprekender dan wanneer je ze probeert in woorden te vertalen. Daar tegenover leer je niet enkel voeling hebben met textiel maar ook spreken over je werk, je leert kijken en observeren. Waarnemen gaat verder dan het visuele alleen. Het gaat ook om voelen: tactiliteit, zintuiglijke ervaring en lichamelijke betrokkenheid. Die zinnelijkheid kan soms zelfs een grotere rol spelen dan het visuele. Hierbij is het belangrijk rekening te houden met textiel in al zijn aspecten als het gaat over de presentatie mogelijkheden. Welke vorm je werk ook aanneemt; sculpturaal, installatief, 2D, 3D… Leren presenteren krijgt daarom ook de nodige aandacht in ons atelier. Welke invloed heeft een sokkel op een werk? Bied dit een meerwaarde aan het werk of concept of is het werk sterker op zichzelf? Wat gebeurt er met een wandtapijt als het over de vloer wordt gedrapeerd in de plaats van opgehangen te worden? Hoe kijken we naar een oude poetsdoek wanneer deze wordt tentoongesteld in een glazen kastje? Welke naratief geef je mee aan de kijker door middel van je presentatie?
Structurele organisatie binnen het atelier
In het atelier Textiele Kunst duiken we samen in de veelzijdige wereld van textiel, waar onderzoek en experimenteren centraal staan. Gedurende 5 of 10 jaar, afhankelijk van je gekozen traject, ontwikkel je jouw unieke artistieke en beeldende mogelijkheden. Onze aanpak is gebaseerd op de zes leervelden van het Speelveld, die je begeleiden bij het ontdekken en vormen van je eigen beeldtaal. De nadruk ligt op het leren kijken en het openstaan voor het onbekende. Je begint zonder voorkennis en experimenteert
met een breed scala aan materialen. Dit proces helpt je stap voor stap dichter bij je eigen beeldtaal te komen. Door te werken met verschillende technieken en materialen, maar vooral door je eigen onderzoek, ontdek je nieuwe creatieve wegen. We werken met inspirerende jaarthema's en specifieke materiaalopdrachten. Je leert je ideeën te koppelen aan thema's en materialen, waardoor je gedachten en concepten tastbaar worden. Je groeit in het presenteren van je werk; onze atelierruimte transformeert regelmatig tot een tentoonstellingsruimte. Hier leer je je werk een plek te geven en in een andere context te plaatsen, wat je helpt om zowel je eigen werk als dat van anderen beter te begrijpen en te bespreken. Je documenteert je proces in een logboek, waardoor je inzicht krijgt in de doorlopen stappen en de ontwikkeling van je werk. Je verzamelt bronnen die je inspireren en vertaalt deze naar je eigen werk.
Twee jaar specialisatie textielkunst
De specialisatie Textiele Kunst is een tweejarig traject waarin je, gebaseerd op je eigen referentiekader, ervaring en opgebouwde materiaalkennis, je eigen onderzoeksparcours bepaalt. Je krijgt zowel inhoudelijke als technische ondersteuning. Aan het einde van deze opleiding organiseer je een toonmoment waarin presentatie en communicatie centraal staan.
Uurrooster
Textiele kunst graad 4, Leen Stoffels
Locatie: SLAC/Ruelensvest
Studenten in het traag traject komen op woensdagnamiddag, woensdagavond, donderdagavond of vrijdagochtend.